• 1972

    Uitgeschreven tekst video

    Als Richard Nixon in 1969 aantreedt in het Witte Huis, is de Amerikaanse betrokkenheid in de Vietnamoorlog nog steeds op z’n hoogtepunt. Toch is het juist onder deze voormalige ‘communistenvreter’ dat de tijdens Kennedy ingezette détente nieuw leven wordt ingeblazen, relaties met de Volksrepubliek China worden aangeknoopt en de Vietnamoorlog tot een einde komt.

    Tijdens zijn inaugurele rede kondigt Nixon een nieuw tijdperk aan waarin onderhandelingen de plaats zullen innemen van politieke confrontatie. De wereld waarin twee grote machtsblokken de dienst uitmaakten, zal steeds meer wijken voor een ‘diffusion of power’, waarin naast de VS en de SU ook Europa, Japan, het Midden-Oosten en China factoren van belang zijn. Voor zijn buitenlands beleid steunt Nixon grotendeels op de Henry Kissinger, voorheen hoogleraar internationale betrekkingen aan Harvard. Het is Kissinger die achter de schermen alle belangrijke besprekingen voert met de Sovjetambassadeur in de VS, Anatoly Dobrynin (in 1972 zelfs 130 keer!).

    Kissinger is het brein achter de op 25 juli 1969 gelanceerde Nixon-doctrine: de VS zal minder directe militaire steun verlenen aan bondgenoten of landen die van vitaal belang geacht worden voor de veiligheid van de VS. Ook de hoop op détente wordt erin verwoord. Niettemin blijven de VS zich verzetten tegen Sovjetexpansie en uitbreiding van het Russische wapenarsenaal.

    Ook de Sovjet-Unie is voorstander van meer ontspanning, niet in de laatste plaats vanwege hun geschonden imago na het brute ingrijpen in Tsjecho-Slowakije. Ook toenemende economische problemen en achterstand op technologisch gebied nopen Brezjnev en Kosygin tot verbeterde handelsbetrekkingen met het Westen. Bovendien is détente zeer welkom voor de SU nu de verstandverhouding met China, met name sinds de Culturele Revolutie, tot het nulpunt is gedaald. Schermutselingen aan de Chinees-Russische grens lopen uit op een militair treffen in 1969.

    Intussen wordt in de VS steeds duidelijker dat de Vietnamoorlog een niet te winnen oorlog is en zowel nationaal als internationaal zeer veel kwaad bloed zet. Daarom wordt besloten tot ‘eervolle terugtrekking’, met als streven een onafhankelijk, niet-communistisch Zuid-Vietnam door middel van ‘vietnamisering’ van de oorlog. De Zuid-Vietnamese troepenmacht zal worden versterkt terwijl de Amerikanen zich successievelijk terugtrekken. En zo geschiedt: van 543.000 man in de lente van 1969, tot ca. 157.000 eind 1971, tot 72.000 in het najaar van 1972.(1)

    Tegelijkertijd echter intensiveert Nixon de bombardementen op Noord-Vietnam. Ook vijandelijke wapendepots in het neutrale Cambodja worden vanaf maart 1969 gebombardeerd. Gedurende de 14 maanden die volgen voeren B-52 bommenwerpers 3600 vluchten uit waarbij ze meer dan 100.000 ton bommen laten vallen op het Vietnamese buurland. Bovendien vallen in april 1970 Zuid-Vietnamese en Amerikaanse legers Cambodja binnen op zoek naar wapendepots en Noord-Vietnamese legerschuilplaatsen. Als de VS zijn troepen 2 maanden later terugtrekt, is er bijzonder weinig bereikt.

    Nu ook een onafhankelijk Zuid-Vietnam geen optie blijkt verzetten Nixon en Kissinger de bakens: de periode tussen het nu onvermijdelijk geachte vertrek van de Amerikaanse troepen en de al even onvermijdelijke val van Saigon dient zo lang mogelijk te gerekt te worden.

    In 1972 begint Hanoi met een groot offensief waarbij een troepenmacht van 120.000 man Zuid-Vietnam binnenvalt. Tijdens deze aanvallen is de wereldberoemde foto gemaakt is van Kim Phuc, het meisje dat op 8 juni 1972 in doodsangst naakt haar dorp ontvlucht na een napalmaanval. De Pulitzer Prize winnende foto wordt het symbool van de gruwelijkheden in Vietnam en leidt tot wereldwijde protestacties.(2)
    Het Amerikaanse antwoord zijn massale vergeldingsluchtaanvallen (Operation Linbacker) waarbij ook Hanoi en Haiphong gebombardeerd worden. Druk vanuit Moskou draagt ertoe bij dat de Noord-Vietnamezen inbinden. Wanneer de ingezette onderhandelingen spaak lopen lanceert Nixon Operation Linebacker II, waarbij de Amerikaanse luchtmacht in twaalf dagen tijd 30.000 ton bommen laat neerdalen op Noord-Vietnam, meer dan in heel 1969-70. De aanvallen, die net voor Kerst stoppen, leiden opnieuw tot een wereldwijde golf van afschuw.

    Op 27 januari 1973 tekenen Kissinger en Le Duc Tho dan toch een wapenstilstand. De Zuid-Vietnamese leider Thieu wordt op straffe van stopzetting van Amerikaanse steun gedwongen dit verdrag te accepteren. De VS belooft binnen 60 dagen alle troepen terug te trekken, slechts enkele militaire adviseurs blijven achter. Spoedig na het vertrek van de Amerikanen schenden zowel Noord- als Zuid-Vietnam het bestand. Op 29 april 1975 geven de Zuid-Vietnamese leiders zich over; Vietnam is verenigd onder het communistische bewind in Hanoi.

    Daarmee komt een eind aan de langste Amerikaanse oorlog ooit. Meer dan 58.000 Amerikaanse en 1,5 tot 2 miljoen Vietnamezen zijn omgekomen. Het aantal burgerslachtoffers in Laos en Cambodja loopt tot in de honderdduizend. De verwoestingen in de drie landen zijn gigantisch als gevolg van de 8 miljoen ton bommen die de VS liet vallen.

    Grote successen boekt Nixon met zijn pingpongdiplomatie. Hij profiteert daarbij handig van de tegenstellingen tussen de SU en China. Ook Mao Zedong is uit op verbeterde betrekkingen met de VS na de desastreuze Culturele Revolutie in 1966 waarbij miljoenen hoogopgeleide Chinezen naar heropvoedingskampen gestuurd werden en honderdduizenden door bloeddorstige partijbureaucraten de dood werden ingejaagd.

    In april 1971 nodigen, na intensieve onderhandelingen achter de schermen, de Chinezen een Amerikaans tafeltennisteam uit om deel te nemen aan een toernooi in Beijing. [De superieure Chinese sporters hebben opdracht gekregen een paar partijen te verliezen om al teveel Amerikaans gezichtsverlies te voorkomen.] Een jaar later mondt deze sportieve toenadering – na stevige onderhandelingen achter de schermen – uit in het bezoek van Nixon aan China. Op 1 februari 1972 zet hij – tot grote woede van Taiwan – voet op Chinese bodem. Hij ontmoet Mao Zedong, neemt deel aan banketten en bezoekt de Chinese muur. Er wordt een vriendschapverdrag gesloten en de intentie tot bilaterale handelsrelaties uitgesproken. In de Verenigde Naties neemt enkele maanden later de Chinese Volksrepubliek de plaats in van Taiwan.

    Een tweede belangrijke topontmoeting is die tussen Nixon en Brezjnev in mei 1972 in Moskou. Achter de schermen hebben Kissinger en Dobrynin deze ‘Strategic Arms Limitation Talks (SALT I) tot in detail voorbereid. Beide wereldleiders ondertekenen in Moskou met veel tamtam het ABM-verdrag (Anti-Ballistic Missile). Het is een eerste stap in de beperking van de wapenwedloop.

    > Terug naar de video

     


    1. Bron: Campbell Craig en Frederick Logevall. America’s Cold War. The politics of insecurity. Cambridge (US) / Londen 2009, p. 258.

    2. Nog meer cijfers misschien goed om te verwerken: in de zomer van 1971 vindt 71% van de Amerikanen dat de VS nooit troepen had moeten sturen naar Vietnam en 58% vindt de oorlog ‘immoreel’.

    NL-1

    NL-2

    1945

    1947

    1948

    1949

    1950

    1956

    1961

    1962

    1968

    1972

    1980

    1989

    1991