• 1961

    Uitgeschreven tekst video

    Cuba en de bouw van de Berlijnse Muur

    Op 17 april 1961 landt een legertje van zo’n 1.500 Cubaanse ballingen op de zogenaamde Varkensbaai , een grillige baai aan de zuidkust van Cuba, omzoomd door een moeras- en mangrovegebied aan de westkant, en kleine landbouwgemeenschappen in het oosten. De invasie, voorbereid door de CIA op bevel van president Eisenhower, is bedoeld om het bewind van Fidel Castro omver te werpen. Ruim twee jaar eerder, in februari 1959 heeft de linkse nationalistische revolutionair Castro, na een langdurige strijd met zijn barbudos (mannen met baarden), een einde weten te maken aan het corrupte regime van dictator Fulgencio Batista. Die laatste wist zich verzekerd van de steun van de Amerikanen en de maffia. In tegenstelling tot Castro zijn z’n medestrijders Raoul Castro en de Argentijnse arts Che Guevara overtuigde marxisten. Terwijl de Cubaanse hoofdstad beheerst wordt door de georganiseerde misdaad, met name de Amerikaanse maffia, en tot de beruchtste steden ter wereld gaat behoren, raakt de suikerteelt, die voor 40% in handen is van Amerikaanse grootgrondbezitters, in verval. Als monocultuur is de Cubaanse economie zeer kwetsbaar. Daarnaast bezitten de Amerikanen 80% van de openbare voorzieningen en 90% van de mijnen. De eerste milde landbouwhervormingen die Che afkondigt treffen ook Amerikaanse grootgrondbezitters. Pogingen van de CIA om Castro te vermoorden en zijn regime te destabiliseren mislukken. Als reactie op deze Amerikaanse tegenwerking besluit Castro in 1960 het grootgrondbezit, de banken en industriële ondernemingen te nationaliseren. Dit treft, vanwege hun enorme belangen in Cuba, met name de Amerikanen. De VS reageren met een embargo op de invoer van Cubaanse suiker vanaf 1961. Nu begint de Sovjet-Unie op grote schaal Cubaanse suiker af te nemen, enige tijd later gevolgd door China. Naarmate de betrekkingen tussen Castro en de VS verslechteren, neemt Chroesjtsjov’s belangstelling voor het eiland ‘in de achtertuin van de VS’, navenant toe. Zo wordt Castro in de armen van de Russen gedreven. Op 3 januari 1961 verbreken de VS de diplomatieke betrekkingen met Cuba.

    De reeds genoemde ‘landing’, de zogenaamde Varkensbaai-invasie (Bahia de Cochinos), vindt plaats als de Democraat John F. Kennedy net is aangetreden als president. De operatie wordt een groot fiasco. Het legertje loopt vast in de moerassen en stuit op de troepen van Castro, die van tevoren blijkt te zijn ingelicht. De motivatie van de zogenaamde contra’s blijkt nihil en Kennedy weigert zijn reguliere troepen in te zetten. Bijna alle contra’s worden door het Cubaanse leger gevangengenomen. Twintig maanden later mogen ze, in ruil voor geneesmiddelen ter waarde van 53 miljoen dollar, terugkeren naar de VS.

    De gevolgen zijn desastreus voor de relatie tussen beide staten met alle gevolgen voor de Koude Oorlog van dien. Castro roept – vooral om goede sier te maken bij de Sovjets – op 1 mei, de Dag van de Arbeid, Cuba uit tot socialistische natie. Pas op 1 december van hetzelfde jaar verklaart Castro zich aanhanger van het marxistisch leninisme. Twee maanden later reageert Kennedy met een totale economische boycot van Cuba.

    Ook in Europa nemen de spanningen tussen de grootmachten weer toe, en wel rond de kwestie Berlijn. Al in 1958 tracht Chroesjtsjov een oplossing te forceren voor de abnormale situatie die 13 jaar na de beëindiging van WOII nog steeds bestaat. De westerse bezettingsmacht diep in het oosten van Duitsland is voor Chroesjtsjov ‘een graat in zijn keel’ en een nachtmerrie voor de Oost-Duitse regering. Niet alleen vormt de aanwezigheid van de Amerikanen in Berlijn een symbool voor de Amerikaanse superioriteit uit de beginjaren van de Koude Oorlog in Europa. Ook staat de welvaart in het westelijk deel van de stad in schril contrast met de situatie in Oost-Berlijn en vormt met al haar materiële verlokkingen een permanente provocatie voor de communistische leiders. Bovendien verlaten duizenden, meest hoog opgeleide Oost-Duitsers, via Berlijn het communistische ‘arbeidersparadijs’ om hun heil in het Westen te zoeken. In november 1958 stelt Chroesjtsjov het Westen een ultimatum: in mei 1959 moeten de westerse bezettingstroepen de stad verlaten hebben en Berlijn een vrije stad worden. Het ultimatum verloopt zonder dat er iets gebeurt, maar de spanning wijkt pas als Eisenhower en Chroesjtsjov elkaar najaar 1959 in Camp David ontmoeten. Ze maken afspraken voor een topontmoeting in Parijs voor het volgend voorjaar. Die top wordt een totale mislukking omdat juist daarvoor een Amerikaans U-2 spionagevliegtuig boven Russisch grondgebied is neergehaald. Eisenhower weigert z’n excuses aan te bieden en Chroesjtsjov keert woedend terug naar Moskou (na eerst op het Franse platteland een enorme hoeveelheid wijn te hebben ingeslagen).

    Ook een topontmoeting in Wenen tussen de ongeletterde Chroesjtsjov en de kersverse president Kennedy – een onbenullig en onervaren kapitalistenzoontje in de ogen van de Russische leider – levert niets op. Chroesjtsjov verklaart zelfs het ultimatum van 1958 opnieuw van kracht. Berlijn dreigt daarmee wederom een casus belli te worden met alle desastreuze gevolgen voor de wereld van dien. Na koortsachtig overleg met Parijs en Londen besluit de VS akkoord te gaan met het opheffen van de vier bezettingsmachten in de stad. Wel houdt de VS vast aan toegang tot het westelijk deel van Berlijn om de veiligheid van haar diplomaten te garanderen. Hiermee is Chroesjtsjov’s probleem nog steeds niet opgelost: de stad zal zo toegankelijk blijven voor de westerse mogendheden en daarmee het westerse ‘spionagebroeinest’ blijven dat het is, terwijl ook de leegloop van Oost-Duitsland zal voortduren. Onder zware druk van de Oost-Duitse president Walter Ulbricht komt Chroesjtsjov met een grimmig antwoord. In de nacht van 12 op 13 augustus 1961 beginnen Oost-Duitse soldaten en arbeiders onder Russisch toezicht het verkeer af te sluiten tussen West- en Oost-Berlijn met uitzondering van de hoofdwegen die West-Berlijn met West-Duitsland verbinden. In de loop van de weken wordt de beruchte muur dwars door de stad opgetrokken waarmee West-Berlijn wordt afgesneden van het oostelijk deel. Het is rampzalig voor de inwoners van de stad. Die worden van het ene op het andere moment afgesneden van hun familie en vrienden. Duizenden verliezen hun baan in het andere deel van de stad.

    Hoewel Kennedy en zijn adviseurs de actie publiekelijk veroordelen als een daad van agressie, zijn ze heimelijk opgelucht: een daadwerkelijke confrontatie, wellicht uitmondend in een ultieme, wereldwijde catastrofe is voorlopig van de baan. Of, in Kennedy’s memorabele woorden: ‘A wall is a hell of a lot better than a war’.

    > Terug naar de video

    NL-1

    NL-2

    1945

    1947

    1948

    1949

    1950

    1956

    1961

    1962

    1968

    1972

    1980

    1989

    1991