Uitgeschreven tekst video
Een nieuwe stap in de wapenwedloop. NSC-68 en de Koreaoorlog. Red Scare: de heksenjacht van senator Joseph McCarthy.
In 1950 geeft Truman toestemming voor een nieuw nucleair project dat als doel heeft een superbom te ontwikkelen. In tegenstelling tot de eerdere atoombommen is deze zogenaamde waterstofbom of H-bom gebaseerd op kernfusie in plaats van kernsplitsing. Ondanks bezwaren van regeringsfunctionarissen als George Kennan, die een dergelijk project niet alleen onnodig maar ook immoreel vinden, zet Truman door. Hij wil de Russen coûte que coûte een slag voor blijven. De angst voor Russische spionage speelt hierbij een niet te onderschatten rol. Die wordt aangewakkerd door de arrestatie van atoomspion Klaus Fuchs door de Britten en het echtpaar Rosenberg in juli 1950 door de FBI, die betrokken zouden zijn geweest bij het doorgeven van informatie over het Manhattanproject.
Al na twee jaar test de VS het nieuwe wapen op de Eniwetokatol in de Stille Oceaan. De explosie blaast het hele eiland weg met een kracht en een vuurzee die zo’n 500 keer sterker is als die van de bommen op Hiroshima en Nagasaki. Het thermonucleaire tijdperk is begonnen.
Tegelijkertijd met de lancering van een nieuw atoomprogramma vraagt Truman de National Security Council de Amerikaanse koudeoorlogspolitiek tegen het licht te houden. Aanleiding zijn de ontwikkelingen een jaar eerder: het feit dat de Russen nu eveneens beschikken over een atoombom en de communistische machtsovername in China. Dit onderzoek resulteert in document NSC-68, grotendeels geschreven door de nieuwe directeur van de afdeling Politieke Planning, Paul Nitze, een echte havik. NSC-68 voorziet in een politiek haalbare blauwdruk voor een nieuwe buitenlandse politiek en gaat daarbij een stap verder dan de Trumandoctrine. Die was erop gericht geweest de Sovjetmacht in Europa en Azië in te dammen. Nu de SU, die volgens de auteurs uit is op wereldoverheersing, eveneens beschikt over een atoombom, zijn de machtsverhoudingen drastisch gewijzigd. Wanneer een krachtig Amerikaans optreden uitblijft zal het ene na het andere land in communistische handen vallen, zoals de situatie in China onderstreept. Binnen afzienbare tijd zal de VS omringd zijn door een meedogenloze vijand met een tirannieke ideologie.
Tegenstanders beweren dat de SU niet in staat is tot een dergelijke wereldhegemonie. De auteurs van NSC-68 pareren dit: de SU kan haar doelen verwezenlijken met ideologische onderwerping en revolutie eerder dan met een alomvattende oorlog. Daarom moet de VS de vijand veeleer gaan definiëren als een communistische ideologie. Het communisme moet, waar ook ter wereld, met alle mogelijke middelen bestreden worden. Niet alleen politieke en economische, maar ook militaire wapens moeten worden ingezet. Daarom dient het Amerikaanse militaire budget drastisch te worden verhoogd. Buitenlandse troepen moeten getraind en van wapens worden voorzien en Amerikaanse soldaten en materiaal overal waar het communisme de kop opsteekt worden ingezet. Een dergelijk beleid zal Moskou afschrikken. Bovendien zal het de bondgenoten duidelijk maken dat het de VS menens is. De enorme uitgaven zullen zich deels volgens Keynesiaans model terugverdienen: het beleid zal de Amerikaanse economie een enorme boost geven.
Een maand nadat het document is verschenen doet de gelegenheid zich voor om de nieuwe strategie in de praktijk te brengen: de Koreaanse oorlog breekt uit. Na de Japanse nederlaag in 1945 is Korea verdeeld in een noordelijk deel gecontroleerd door de SU en het zuiden dat onder controle is van de VS. In 1948, als de communistische leider Kim Il Sung er stevig in het zadel zit, trekken de Russen zich terug uit hun zone. Een jaar later doen de VS hetzelfde in Zuid-Korea, waar de pro-Amerikaanse leider Syngman Rhee de scepter zwaait. Geregeld zijn er van beide zijden grensincidenten rond de 38ste breedtegraad, de door de Russen en Amerikanen vastgestelde grens. Op 25 juni 1950 wordt de wereld opgeschrikt als Noord-Koreaanse troepen de 38ste breedtegraad oversteken. In het Westen wordt dit onmiddellijk gezien als een daad van communistische agressie. China heeft echter geen belang bij deze oorlog, aangezien Kim Il Sung een bondgenoot is van de SU. Uit recent onderzoek is gebleken dat ook Stalin geen enkele behoefte had aan een dergelijke kostbare oorlog. Hoewel hij z’n toestemming verleent voor de aanval, laat hij Kim weten dat als diens ‘tanden uit z’n mond worden geslagen’, hij ‘geen vinger uit zal steken’. Truman besluit echter hard in te grijpen. Doordat de SU de Veiligheidsraad al sinds januari 1950 boycot wordt de Noord-Koreaanse aanval unaniem veroordeeld. Zo kunnen de VS onder VN-vlag opereren. Truman benoemt generaal Douglas McArthur als bevelhebber van de troepen. Deze oorlogsheld slaagt erin de Noord-Koreanen terug te drijven, maar overschrijdt vervolgens – overigens met toestemming van Washington – de 38ste breedtegraad en dringt diep in Noord-Korea door. Hierop zet China zijn troepen in en weet vervolgens de VN-troepen terug te drijven tot over de 38ste breedtegraad. McArthur dringt nu aan op de inzet van atoombommen om de overwinning af te dwingen. Deze riskante politiek gaat Truman te ver. Hij besluit McArthur te ontslaan. De wereld slaakt een zucht van verlichting. De oorlog sleept zich nog voort tot 1953. De wapenstilstand wordt getekend op het moment dat Stalin inmiddels is overleden en Truman vervangen door de Republikein Dwight Eisenhower. De demarcatielijn komt even ten noorden van de 38ste breedtegraad te liggen. De Koreaanse oorlog wordt wel ‘het gemeenste oorlogje van de eeuw’ genoemd. De verliezen zijn enorm: het dodental aan Amerikaanse zijde bedraagt 33.000, het aantal gewonden 105.00. Zuid-Korea verliest 415.000 mensen met 429.000 gewonden, terwijl volgens de schattingen meer dan 1,5 miljoen Chinezen en Noord-Koreanen omkwamen.
Ook Nederlanders nemen, zij het op bescheiden schaal, deel aan de Koreaanse oorlog. De Nederlandse regering maant de Amerikanen herhaaldelijk tot gematigdheid. Nederland is namelijk bang dat escalatie van het conflict schadelijk zal zijn voor haar toekomstige rol in Zuid-Oost Azië. Een staaltje van postkoloniaal denken waarin Nederland haar positie schromelijk overschat. 1950 is ook het jaar waarin een tot dusver onbetekenende senator uit Wisconsin, Joseph (Joe) McCarthy, een verstrekkende anticommunistische hetze ontketent. Hij verkondigt dat het ministerie van buitenlandse zaken vergeven is van ‘card-carrying’ communisten en hij over een lijst beschikt met 205 namen. Dit aantal brengt hij later terug tot 81, weer later tot ‘veel’. Ten slotte blijkt de lijst helemaal niet te bestaan. Het is McCarthy vooral te doen om het opkrikken van zijn eigen imago want, zoals een journalist het stelt ‘Joe […] didn’t know Karl Marx from Groucho Marx’. McCarthy’s timing kan echter niet beter: net na de eerste atoomproef van de Russen en de val van Tsjang Kai-sjek. Als zelfs een havik van het eerste uur als Dean Acheson wordt beschuldigd van zwakte t.o.v. de Sovjetagressie is niemand meer veilig. Ook de amusementsindustrie en het onderwijs vallen ten prooi aan beschuldigingen van landsverraad en subversieve, on-Amerikaanse activiteiten. Niemand durft McCarthy tegen te spreken. Op het hoogtepunt van zijn macht, in de jaren 52/53 regeert hij Washington, voornamelijk vanwege zijn demagogische kwaliteiten. Met de verkiezing van Dwight Eisenhower als president komt er een einde aan zijn rol. De sfeer van wantrouwen en vrees voor het rode gevaar zal echter nog voortduren, zij het in mildere vorm.