• 1949

    Uitgeschreven tekst video

    oprichting van de NAVO / China communistisch

    Precies een jaar na de inwerkingtreding van het Marshallplan, op 4 april 1949, wordt in Washington de NAVO, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie opgericht. Het verdrag wordt behalve door de VS ondertekend door Canada en de meeste West-Europese landen, waaronder Nederland. Later zullen ook Griekenland, Turkije (in 1951) en West-Duitsland zich aansluiten. Aan het eind van de Koude Oorlog worden ook tal van Oost-Europese landen lid van het bondgenootschap. In artikel 5 is de crux van het verdrag te vinden. Hier staat dat een aanval op één van de bondgenoten in Europa of Noord-Amerika beschouwd zal worden als een aanval op allen. Dit geeft elk van de lidstaten de vrijheid ‘op te treden op de wijze die zij nodig acht, met inbegrip van het gebruik van een gewapende macht, om te veiligheid in het Noord-Atlantisch gebied te herstellen en te handhaven’. Deze relatief voorzichtige formulering doet bij commentatoren van het verdrag de vraag rijzen hoe ver de betrokkenheid van de Verenigde Staten daadwerkelijk gaat. Deze twijfel wordt een jaar later, door het Amerikaanse optreden in de Koreaoorlog, teniet gedaan.

    Met de ondertekening van het verdrag is de tweedeling in Europa bezegeld. In 1955 treedt ook West-Duitsland toe tot de NAVO, en krijgt daarmee weer een eigen leger. Moskou antwoordt hierop met een verdrag van soortgelijke strekking: het Warschaupact, waarvan de Oost-Europese satellietstaten inclusief de DDR lid worden.

    De ondertekening van het NAVO-verdrag door de Nederlandse regering betekent dat Nederland voor het eerst duidelijk kleur bekent in de Koude Oorlog. Dit ondanks het feit dat Nederland de Sovjet-Unie beschouwt als een goddeloze staat die zij pas in 1942 erkent, en de Amerikanen ziet als haar bevrijders van de Duitse bezetter. De tweeslachtige houding heeft te maken met haar koloniale politiek. Wanneer Nederland onder meer door de zogenaamde politionele acties probeert haar voormalige kolonie Nederlands-Indië te behouden, vindt ze daarin de VS op haar pad. De VS voeren immers een opendeurpolitiek en zijn dus fel gekant tegen elke vorm van kolonialisme.

    Twee gebeurtenissen in de zomer en het najaar van 1949 maken een einde aan de betrekkelijke rust en euforie na de overwinning van het Westen op Moskou, wanneer Stalin zich door de instelling van de luchtbrug uiteindelijk genoodzaakt ziet de Berlijnse blokkade op te heffen. Begin september 1949 signaleert een speciaal daartoe uitgerust Amerikaans vliegtuig radioactieve straling in het luchtruim boven Siberië. De Russen zijn erin geslaagd hun eerste atoombom tot ontploffing te brengen. Hiermee komt een einde aan het Amerikaanse monopolie op nucleaire wapens, dat Truman in staat had gesteld in Europa een assertieve, zij het niet al te kostbare politiek te voeren. Slechts enkele maanden voordien verkeerde Truman in de stellige overtuiging dat de Russische atoombom nog zeker enkele jaren op zich zou laten wachten.

    Een tweede belangrijke tegenslag voor het westen is de val van de nationalistische regering van Tsjang Kai Sjek slechts enkele weken later, wanneer deze met zijn regering vlucht naar het eiland Formosa (Taiwan) voor de Chinese kust. Daarmee krijgt de communistische revolutionair Mao Zedong het Chinese vasteland stevig in zijn greep. Het dichtstbevolkte land ter wereld, met zo’n 450 miljoen zielen, is in communistische handen gevallen.

    Al sinds 1930 was sprake van een machtsstrijd tussen de nationalistische beweging van de Kwo Min Tang (Volkspartij) die de steun geniet van grootgrondbezitters en industriëlen, en de communistische beweging onder leiding van de boerenzoon Mao Zedong die kan rekenen op kleine boeren en pachters. In 1934 zet Tsjang de aanval in op de communisten wat leidt tot de zogenaamde Lange Mars, waarin Mao met zijn leger uitwijkt naar het noorden. In één jaar tijd, van oktober 1934 tot oktober 1935 leggen Zedong en zijn 100.000 aanhangers 13.000 kilometer af. Na WO II zetten beide partijen de strijd voort. De val van het bewind van Tsjiang Kai Sjek komt niet geheel onverwachts. Sinds 1945 heeft de Amerikaanse regering miljoenen dollars en wapens gespendeerd om Tjang Kai Sjeks nationalistische regime in het zadel te houden. De val van Tsjang blijkt nu onhoudbaar, tenzij de Amerikanen daadwerkelijk militair in zouden grijpen. Dat is Truman een brug te ver. Wel erkent hij op ‘a bad horse’ gewed te hebben. Daarmee duidt hij op het door en door corrupte en inefficiënte bewind van Tsjang, de ‘worlds rottenest’, aldus Truman. Op 1 oktober 1949 roept Mao Zedong vanaf de Poort van de Hemelse Vrede in Beijin, de Volksrepubliek China uit.

    In Amerikaanse politieke kringen wordt verdeeld gereageerd. Het Republikeinse kamp beschuldigt Truman en z’n Democraten ervan de nederlaag van Tsjang te hebben veroorzaakt door af te zien van een militair ingrijpen. Anderen, zoals George Kennan zien geen gevaar voor de containmentpolitiek van de VS. Veeleer dan bondgenoten zoals gevreesd werd, zullen Stalin en Mao elkaars rivalen blijken. Dat was op dat moment echter veel minder evident dan wij nu weten.

    Deze twee ‘schokken’ hebben verstrekkende gevolgen voor het verdere verloop van de Koude Oorlog. Ze leiden ertoe dat de tot dan toe gevoerde Koudeoorlogsstrategie een andere, veel agressievere wending neemt. De relatief gematigde, sobere en weinig kostbare inspanningen uit de jaren 46-49 zullen plaatsmaken voor een enorme en kostbare uitbouw van het militaire machtsapparaat. Ook een hevige anticommunistische binnenlandse campagne en een enorm machtsvertoon in de oorlog die in Zuidoost Azië op het punt staat uit te breken, passen in deze nieuwe strategie.

    > Terug naar de video

    NL-1

    NL-2

    1945

    1947

    1948

    1949

    1950

    1956

    1961

    1962

    1968

    1972

    1980

    1989

    1991