• 1945

    Uitgeschreven tekst video

    De conferenties van Jalta en Potsdam, de bommen op Hiroshoma en Nagasaki – toenemende spanningen

    In oktober 1945 munt de Engelse schrijver George Orwell de term Koude Oorlog in een essay getiteld You and the Atomic Bomb. Hierin waarschuwt de auteur van Animal Farm en 1984 voor de gevolgen van de atoombom. Orwell schrijft: “The Soviet Union is a state… at once unconquerable and in a permanent state of ‘cold war’ with its neighbours.” (1)

    Ook de meeste historici laten de Koude Oorlog in 1945 beginnen. In dit jaar komt de verhouding tussen Moskou en het Westen op scherp te staan. Hoewel de tegenstellingen zich pas manifesteren als de gemeenschappelijk vijand, Duitsland, zich heeft overgegeven, worden de tegenstellingen al tijdens de oorlog zichtbaar.

    In 1943 Casablanca vindt een topontmoeting plaats tussen de Engelse premier Churchill en de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt (‘FDR’). Terwijl het Rode Leger stand houdt bij Stalingrad en de Japanse vloot wankelt, besluiten de twee wereldleiders tot een ‘unconditional surrender’: de vijand moet zich onvoorwaardelijk overgeven. Dit sluit naadloos aan bij het idee van de oorlog als een morele kruistocht tegen ‘het kwaad’. Iets wat sterk leeft bij de Amerikaanse bevolking. Tevens besluiten Churchill en Roosevelt dat het tweede front er pas in 1944 zal komen. Dit is tegen de zin van Sovjetleider Josef Stalin aan wie al in 1942 en in ‘43 een tweede front in het vooruitzicht was gesteld.

    In februari 1945 ontmoeten ‘FDR’, Churchill en Stalin elkaar tijdens de conferentie van Jalta, de badplaats op de Krim (2). Jalta wordt wel eens gezien als een ‘uitverkoop’ aan Stalin. Los van het feit dat Roosevelt al ernstig ziek is – hij zal 8 weken na ‘Jalta’ overlijden – heeft de immens populaire president geen middelen om niet aan de Russische eisen tegemoet te komen. De Sovjetdictator verkeert in een sterke positie. De Amerikanen zijn nog niet in het bezit van de atoombom en hebben de Russen nodig om de Japanners te verslaan. Bovendien is de Russische opmars tegen de Duitsers in Europa in een vergevorderd stadium. Bijna heel Oost-Europa en Polen zijn onder controle van het Rode Leger.

    Stalin is uit op een bufferzone aan zijn westgrens, uit angst voor Duits revanchisme en oude vijandschap ten opzichte van Polen. Al in 1944 waren Stalin en Churchill tot een percentuele verdeling van Oost-Europa gekomen, waarbij Roemenië, Bulgarije en Hongarije grotendeels binnen de Russische invloedssfeer zouden komen te liggen, terwijl Griekenland voor 90% onder Engelse invloed zou komen.

    In Jalta wordt besloten dat Duitsland na de oorlog zal worden opgedeeld in vier bezettingszones, met Berlijn als een aparte vijfde zone. Polen zal opschuiven naar het Westen, terwijl men ten aanzien van de Poolse regering tot een compromis komt: het door Stalin ingestelde Lublincomité wordt aangevuld met mensen uit de in Londen zetelende regering in ballingschap. De belofte dat er in het Oosten weldra vrije verkiezingen zullen worden gehouden beschouwt Stalin als een farce: hij heeft deze afspraken nooit serieus genomen.

    Na de Duitse capitulatie op 8 mei komen de ‘Grote Drie’ in Potsdam in augustus ‘45 opnieuw bijeen. Inmiddels is Roosevelt overleden en heeft Harry Truman, eveneens een Democraat, zijn plaats ingenomen. De verhoudingen zijn aanmerkelijk bekoeld. Truman, die de flexibiliteit en ervaring van zijn voorganger mist, staat veel wantrouwender ten opzichte van de Russen en is voorstander van een ‘tough method’. Churchill wordt tijdens de conferentie vervangen door de Labour premier Attlee, nadat zijn conservatieve partij verpletterend is verslagen. Potsdam staat in het teken van de denazificatie en demilitarisatie van Duitsland, terwijl de in Jalta gemaakte afspraken in grote lijnen bevestigd worden.

    Tijdens de conferentie krijgt Truman te horen dat de eerste Amerikaanse atoombom succesvol in de woestijn van Nieuw-Mexico tot ontploffing is gebracht. De Amerikanen laten daarop tijdens de conferentie de Japanners nogmaals weten vast te houden aan de eis van onvoorwaardelijke overgave: anders staat hen een ‘rain of ruin’ te wachten. Stalin wordt buiten deze verklaring gehouden, hoewel hij een week eerder nog heeft toegezegd te zullen deelnemen aan de oorlog tegen Japan. Truman is erop uit de Russen buiten de strijd tegen de Japanners te houden. Op 6 augustus laten de Amerikanen de eerste atoombom, ‘Little Boy’ vallen op Hiroshima (3). De verwoestende kracht overtreft elke verbeelding. Twee dagen later, op 8 augustus verklaren de Russen Japan de oorlog. Slechts één dag later, op 9 augustus, valt de tweede vernietigende bom, ‘Fat Man’, boven Nagasaki. De 10e augustus geven de Japanners zich onvoorwaardelijk over. Desondanks stemmen de Amerikanen er uiteindelijk toch mee in dat de Japanse keizer Hirohito op de troon blijft zitten, terwijl dat juist de reden was waarom de Japanners weigerden zich over te geven.

    Het feit dat de Amerikanen de impact van de eerste bom noch de Russische oorlogsverklaring, hebben willen afwachten, geeft te denken. Het kan beschouwd worden als een eerste daad van Koude Oorlogsagressie tegen de Russen. Natuurlijk lagen er ook andere redenen aan dat besluit ten grondslag. Een grondoorlog tegen de Japanners zou veel Amerikaanse slachtoffers gekost hebben.

    Ook wraakgevoelens voor ‘Pearl Harbor’ zullen een rol hebben gespeeld. Door zo snel de tweede bom te gooien voorkwamen de Amerikanen uitbreiding van de Russische invloedssfeer in dit deel van Azië. Bovendien is dit militaire machtsvertoon een manier om de Russen te intimideren. Spoedig zullen de beide bondgenoten in WOII als vijanden tegenover elkaar komen te staan.

    > Terug naar de video

     


    1. “De Sovjet-Unie is een staat die tegelijkertijd onoverwinnelijk is en in een permanente staat van ‘koude oorlog’ verkeert met haar buurlanden.”

    2. Churchill liet zich voorafgaand aan de conferentie ontvallen dat hij was ‘all set for the worst’

    3. Naar schatting werden 70.000 – 80.000 Japanners vrijwel direct gedood; eind november 1945 was het dodental opgelopen tot 140.000, tot 200.000 5 jaar later (Craig & Logevall, noot 59, p. 300). Het dodental in Nagasaki wordt geschat op 70.000 tegen het eind van 1945 (Ibidem, noot 60).

    NL-1

    NL-2

    1945

    1947

    1948

    1949

    1950

    1956

    1961

    1962

    1968

    1972

    1980

    1989

    1991